Handel als klimaathefboom

Dit stukje schreef ik met mijn vriendin Marika die voor Bellona, een Noorse milieustichting, werkt. Het verscheen vandaag in de opiniepagina’s van De Morgen en een Franse versie in die van L’Echo.

Deze week ging in het Poolse Warschau COP19, de VN-conferentie over klimaatverandering, van start. In tegenstelling tot wat bij eerdere klimaatconferenties in Durban, Kopenhagen en Cancun het geval was, moeten we hopen op een ambitieus resultaat en een tastbare agenda in de aanloop naar de klimaattop van Parijs in 2015. Toch moeten we ook beseffen dat er andere – en misschien efficiëntere – hefbomen zijn om tegen klimaatverandering te vechten. Eén daarvan is het vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, waarvoor eveneens deze week de tweede onderhandelingsronde begon.

Het Trans-Atlantisch Trade and Investment Partnership (TTIP) heeft een enorm economisch potentieel. De VS en de EU vormen ‘s werelds grootste en rijkste handelspartnerschap, goed voor ongeveer een derde van de wereldhandel. Volgens CEPR, een denktank, zou een uitgebreide TTIP-deal de economie in de EU en de VS met 0,5 % van het BBP doen groeien, of ruw geschat 5,6 miljoen nieuwe banen in de EU, waarvan zo’n 150.000 voor België. Dit zou de koopkracht van de Europese gezinnen met gemiddeld 545 euro doen stijgen. Het hoeft geen betoog dat meer handel ook een impact heeft op het milieu. De VS en de EU komen qua uitstoot van broeikasgassen op de tweede en derde plaats. Maar beter dan vrijhandel tegen te houden om het klimaat te beschermen, moeten we TTIP zien als een kans om klimaatdoelstellingen in de handelspraktijken te integreren.

Uit een document dat in juni uitlekte, blijkt dat de Europese Unie een milieuhoofdstuk in het TTIP-akkoord wenst. Uit het document blijkt ook dat de EU de gesprekken als een instrument ziet “om strategieën en beleidsvormen te ontwikkelen die de bijdrage van de handel tot de groene economie, inclusief eco-innovatie, promoten”. Een verstandig en verantwoord handelsakkoord zorgt er dus voor dat de extra koopkracht naar duurzaam geproduceerde en innovatieve producten en diensten gaat, en niet gewoon naar een toename van de consumptie.

Kortom, de gevoeligheid van de EU voor milieukwesties is duidelijk. Toch zijn er goede redenen om de aandacht van de onderhandelaars op de klimaatagenda te blijven vestigen. Want na de talloze NSA-schandalen gaat hun prioriteit zich misschien verleggen naar databescherming. Gezien de recente ontwikkelingen op de wereldwijde energiemarkt zou het daarnaast een gemiste kans zijn mocht TTIP enkel leiden tot goedkoper Amerikaans schaliegas. Voor Europa betekent dit een stap achteruit inzake fossiele energieonafhankelijkheid en met de recente heropening van steenkoolmijnen in o.a. COP19 gastland Polen, laten de gevolgen niet lang op zich wachten.

Ten derde kan dit kortetermijndenken worden gecounterd door het sluiten van een post-Kyoto klimaatprotocol mee te nemen in de TTIP onderhandelingen. COP19 moet de weg effenen naar zo’n nieuwe deal die in Parijs 2015 kan worden bezegeld. Rond dezelfde periode zullen ook de TTIP onderhandelingen in hun eindfase zitten. En hoewel een nieuw klimaatakkoord bereiken complex is – het Amerikaanse engagement is in grote mate afhankelijk van de inspanningen die China en Indië bereid zijn te doen – zullen bepaalde voorwaarden en linken beide dossiers (Parijs 2015 en TTIP) ten goede komen. Het is dus niet alleen noodzakelijk dat TTIP zich binnen het kader van multilaterale klimaatovereenkomsten schrijft, maar ook dat TTIP bijdraagt tot het sluiten van zulke overeenkomsten. Tot slot biedt het handelsverdrag een kans om de milieunormen nu nog zelf op te leggen in plaats van het risico te lopen dat ze ons later worden opgedrongen vanuit de opkomende economische reuzen.

Het klimaat kent geen grenzen en dus is de politieke baat voor nationale verkozenen eerder beperkt. Maar TTIP biedt niet alleen de mogelijkheid om er op wereldschaal iets aan te doen, maar ook om het politiek te verzilveren. In Washington blijven de economische en klimaatinitiatieven steken in het binnenlandse politieke moeras van Capitol Hill. Daarom kan een opflakkering van de buitenlandse handel de binnenlandse economische belangen dienen en tegelijkertijd een nieuw wapen zijn in de strijd tegen de klimaatverandering. In een verkiezingsjaar zou Brussel dan weer kunnen tonen hoe sterk het staat wanneer het als een ambitieuze en verenigde Unie onderhandelt, vooral nu de euro-sceptische stemmen steeds luider klinken. De EU, met haar 2050 Roadmap als richtsnoer, is in vele opzichten de pionier van de klimaatmaatregelen en kan met TTIP als hefboom haar vastberadenheid en slagkracht tonen.