Strengere regels voor politieke kabinetten: men kan geen twee broodheren dienen

Deze week verscheen de corruptiebarometer van Transparancy International. België is geen corrupt land, gelukkig maar. Maar we rusten wel op onze lauweren en rekenen op de persoonlijke ethiek en deontologie van burgers, bedrijven en bewindslieden, want moeite om corruptie actief te bestrijden doen we ook niet, aldus het rapport.

Dat verwondert me niet. In termen van good governance heeft ons land soms meer weg van een bananenrepubliek dan van een welvarend West-Europees land. Zelf ben ik actief in een politiek kabinet. In tegenstelling tot de ambtenaren zijn wij, cabinettards, niet onderworpen aan het KB van 1937 dat de rechten, plichten, belangenconflicten en cumulatie van de ‘rijksambtenaren’ regelt. We vallen ook niet onder het Bureau voor Ambtelijke Ethiek en Deontologie. Voor ons bestaan geen richtlijnen over wat mag en kan wat betreft het aanvaarden van cadeaus en sympathieke uitnodigingen, lunches en omspringen met informatie. Als gewone adviseur moet ik, in tegenstelling tot (adjunct-)directeurs, mijn mandaten zelfs niet aangeven, laat staan mijn gewone tewerkstellingsactiviteiten. Officieel weet bijvoorbeeld niemand dat ik naast mijn kabinetswedde, ook een vergoeding van de UGent kreeg voor het doceren van een vak economie.

Ik heb weet van collega’s op het federale en Vlaamse niveau die niet alleen op de payroll van een minister staan, maar ook op die van een belangrijke belangenorganisatie. Hoewel ik geen redenen heb te vermoeden dat zij hun job niet correct zouden uitvoeren, moet de wetgeving op zijn minst voorzien dat al deze extra-adviserende activiteiten publiek zouden moeten worden gemaakt op een toegankelijke website (bijvoorbeeld het portaal .be), en dus ook voor gewone adviseurs. In het parlement zijn zulke voorstellen in de maak, maar de kans dat ze nog op de agenda van de Kamer komen is nihil, en bovendien gaan ze nog niet ver genoeg.

Daarom zou het op zijn minst verplicht moeten zijn dat al deze informatie (mandaten, maar ook andere bezoldigde deeltijdse activiteiten) voor alle cabinettards online zou moeten worden gepubliceerd. In de academische wereld moeten eventuele belangenconflicten toch ook systematisch worden gemeld? Er moet een deontologische code komen die de krijtlijnen voor cabinettards verduidelijkt. En in een later stadion moeten we bekijken of en in welke mate het wenselijk is dat mensen actief op politieke kabinetten ook een andere broodheer dienen. Het ontslag van voormalig minister van financiën Steven Vanackere dit jaar naar aanleiding van de leugen over een Dexia werknemer actief op zijn kabinet heeft pijnlijk duidelijk gemaakt waarom.