Uitgezonderd: religie

Waarom religieuze uitzonderingen geen goed idee zijn.

Dat het euthanasiedebat met de wet van 2002 niet is afgerond, is de voorbije maanden duidelijk gebleken. In het parlement werden deze week wetsvoorstellen goedgekeurd die de breuklijn over ethische kwesties tussen vrijzinnigen en gelovigen brandend actueel houdt. Dat er uiteenlopende visies over levensbeschouwelijke kwesties zijn is een verrijking voor het maatschappelijke debat, maar religieuze meningsverschillen kunnen niet leiden tot gedifferentieerd beleid. Zo redeneerde ook Denemarken met haar nieuwe regels over Kocher en Halal slachtingen. Waarom religieuze uitzonderingen inderdaad geen goed idee zijn blijkt uit deze twee polariserende maar interessante debatten.

De euthanasiewet werd deze week met de nodige controverse uitgebreid naar minderjarigen. Men lijkt hierdoor vergeten te zijn dat euthanasie, ook bij volwassenen, eigenlijk geen recht is. Met de wet van 2002 werd euthanasie bij volwassenen gedepenaliseerd. Dat betekent dat elke volwassene euthanasie mag aanvragen, maar er wettelijk geen garantie bestaat dat hij ze ook zal krijgen. Uit onderzoek van de VUB en de UGent blijkt dat ongeveer 40% van de algemene ziekenhuizen striktere voorwaarden voor euthanasie oplegt dan voorzien in de wet, en dat er in 80% van de psychiatrische ziekenhuizen zelf helemaal geen euthanasiebeleid is. Rik Torfs schreef een aantal maanden terug dat we niet de plicht hebben te sterven zoals onze buurman. Eigenlijk had hij moeten schrijven dat we vandaag niet het recht hebben te sterven zoals onze buurman. De conclusie van zijn stuk deel ik wel: in de dood is iedereen ongelijk.

Natuurlijk moeten we respect hebben voor een arts die omwille van levensbeschouwelijke of andere overtuigingen zelf geen euthanasie wil toepassen. Maar op zijn minst zou in de wet moeten komen dat er op het niveau van alle instellingen, en dus ook de katholieke of zij die de thuiszorg organiseren, de verantwoordelijkheid bestaat er alles aan te doen opdat de euthanasie-aanvraag binnen een redelijke termijn ingehuldigd wordt, al dan niet binnen de instelling. Dat kan bijvoorbeeld door individuele artsen of organisaties die geen levensbeschouwelijke problemen met euthanasie hebben op de hoogte te brengen van de euthanasiewens van een patiënt. Een instelling mag dan wel een rechtspersoon hebben, het heeft vooralsnog geen geweten.

Zo wordt euthanasie een recht voor iedereen. Sommigen stellen zich nochtans de vraag hoe zo’n de facto informatieplicht van de arts aan de instellingbeheerder, gezien als medeplichtigheid, binnen een vrije geneeskunde past. In die logica is keuzevrijheid echter voorbehouden aan de geneesheer, en is de laatste wens van de lijdende en vaak stervende patiënt bijgevolg ondergeschikt. Opmerkelijk, voor een religie die veronderstelt is op te komen voor de zwakkeren. Dit voorstel maakt komaf met die religieuze, en mijn inziens discriminerende, uitzondering.

Een ander voorbeeld van een ongelijkheid die omwille van een religieuze agenda bestendigd wordt is die van het rituele slachten. De dierenwelzijnswet van 1986 voorziet een uitzondering op de verplichte verdoving voor de Israëlische en Islamitische ritus. Los van de argumenten pro en contra die jaarlijks opduiken naar aanleiding van het Offerfeest, is het nog maar de vraag of het de taak is van de overheid om dit soort bijgeloof (‘verdoofd vlees’ is zondig) sluipend goed te keuren door het een speciale plaats te geven in onze wetgeving. Denemarken besliste deze week alleszins van niet.

Daarnaast is het voor mij onduidelijk hoe relevant iemands godsdienst is voor het dier dat op het punt staat te worden geslacht, en voor zij die dierenleed terecht zo veel mogelijk willen beperken. Evenmin is het van belang of u liberaal, socialist of ecologist bent en al dan niet in de opwarming van de aarde gelooft wanneer gevraagd wordt de milieunormen te respecteren. Ideologie en religie zijn in vele opzichten vergelijkbaar: hoewel goed onderbouwd, bewijzen dat deze of gene gelijk heeft is onmogelijk.

Ideologie en religie berusten deels op twijfel en geloof, en vertrekken beide vanuit een ideaal op mens en maatschappij waaraan een politieke agenda wordt verbonden. In beide kampen vindt men extremisten en puristen terug die vaker een destructieve dan een constructieve maatschappelijke bijdrage leveren. Nochtans mag enkel religie in bepaalde gevallen een voorkeursbehandeling claimen, want verstrengeld met het geweten van het individu. Maar is ideologie dat dan ook niet? Een religieus uitzonderingsbeleid is niet meer van deze tijd omdat het indruist tegen het gelijkheidsbeginsel dat in onze maatschappij wijd gedragen wordt. Nefaste gevolgen voor de andere (niet)-religieuze en ideologische groep zijn daarbij niet uit te sluiten, zoals ik met bovenstaande actuele voorbeelden heb proberen aan te tonen. Levensbeschouwing is persoonlijk, zoals ook ideologie dat is. Religieuze differentiatie kan dan alleen in de persoonlijke levenssfeer, maar welke zaken heeft de overheid daar?